1800
1809 -Over de organisatie van het Loodswezen in Vlissingen vóór de Napoleontische tijd weten wij overigens heel weinig. In de brand van het Vlissingse stadhuis in 1809 ging alles verloren wat ons een beeld zou kunnen geven van het leven en werken van de loodsen uit de tijd vóór de komst van de Fransen. Wat resteert, maakt wel duidelijk hoe belangrijk de loodsen in de Tachtigjarige Oorlog waren.
1813 -Op 7 december 1813 kwam het toezicht op de afzonderlijke loodsdiensten bij het Departement van Marine.
1830 -Het Scheldetraktaat -De wet was niet van toepassing op de rivier de Schelde. Dit was het gevolg van het uiteen vallen van Nederland en België na de Belgische opstand. In 1830 vond de Conferentie van Londen plaats. Deze Conferentie was belegd om een regeling te treffen voor de gevolgen van de scheiding tussen België en Nederland. In de bijeenkomst te Londen maakte België aanspraken op het gebied van Zeeuws-Vlaanderen. De Conferentie had deze aanspraken afgewezen, waardoor Nederland de soevereiniteit over de Scheldemonding en de oevers van de Schelde behield.
Volgens de Belgen was er geen vrije scheepvaart op de Schelde mogelijk, zolang Nederland de beide oevers ervan bezat. De Conferentie van Londen was verplicht een regeling te treffen, waarin enerzijds de territoriale rechten van Nederland onbetwist werden vastgelegd en anderzijds de gerechtvaardigde Belgische verlangens inzake een vrije scheepvaart op de Schelde werden gegarandeerd. In het scheidingsverdrag (traktaat) tussen Nederland en België in 1839 werden die zaken geregeld. De Schelde was ten gevolge van deze scheiding een internationale rivier geworden, waarop de artikelen van de Algemene Acte van het Congres van Wenen van toepassing waren. Het Congres van Wenen (1814/1815) had geleid tot een nieuwe staatkundige indeling van Europa. In de Acte waren bepalingen opgenomen die de scheepvaart op internationale rivieren regelden.
Tijdens de Conferentie van Londen verlangde België dat deze 'Weense' bepalingen in ruime zin zouden worden uitgelegd en de Scheldevaart zouden regelen. De belangrijkste bepaling in de Weense akte was dat de vaart op internationale rivieren vrij zou zijn, behoudens het recht daarop tolgeld te heffen. Dankzij de voorzitter van de Conferentie van Londen slaagde België erin om niet alleen een vrije verbinding met de zee voor Antwerpen te krijgen, maar ook verkreeg het een vrije verbinding met Duitsland over de Schelde en de Rijn.
Een aparte commissie werkte het Scheldeverdrag uit in het 'Scheldereglement van 1843', waarin voorschriften voor de scheepvaart op de Schelde werden vastgelegd. Er werd een verdragsrechtelijke koppeling vastgelegd, met name op het punt van de loodsgeldtarieven, tussen de scheepvaart op de Vlaamse Scheldehavens en die op Rotterdam. Voor de loodsdienst was van belang dat er een quotum werd overeengekomen voor het loodsen van zeeschepen naar Belgische zeehavens door Nederlandse loodsen. Dit Scheldereglement met aanvullingen geldt tot de dag van vandaag. Zo kent men op de Schelde 'Wetschepen' en 'Scheldevaarders'. Wetschepen zijn schepen bestemd voor Nederlandse havens, die vallen onder de Nederlandse Loodswet en uitsluitend door Nederlandse loodsen beloodst worden. Scheldevaarders zijn schepen bestemd voor Belgische havens, die vallen onder het Scheldereglement. Voor de Scheldevaarders geldt een verdeelsleutel tussen Nederland en België van 27,5 % en 72,5 %.
In het Belgisch-Nederlandse verdrag over de afschaffing van de Scheldetol in 1863 werd bepaald dat het loodsgeldtarief voor de Schelde nooit hoger mocht zijn dan dat voor de monden van de Maas. Dit geschiedde op verzoek van België om te voorkomen dat Nederland eenzijdig de tarieven op Rotterdam zou verlagen, terwijl Nederland een verlaging van de tarieven op de Schelde, waar overeenstemming tussen beide landen voor nodig was, zou kunnen tegenhouden. Vanaf 1957 is deze koppeling opgevat als volledige gelijkstelling van beide tarieven.
1859 - Na het afkondigen van de eerste Loodswet in 1859 werden de loodsdiensten samengebracht in de onder dit Departement ingestelde Rijksloodsdienst. De sleutelrol van de loodsen bij de toegankelijkheid van de havens werd tevens gezien als een belangrijk aspect van de nationale defensie. Ook kregen de gemeenten de mogelijkheid om voor de binnenhavens in hun gebied eigen loodsdiensten in te stellen. De Rotterdamse havenloodsdienst is het bekendste voorbeeld daarvan en is ook het langst zelfstandig blijven bestaan.
English
Home